De Grieks-Romeinse arts Claudius Galenus (129 – 200 AD) was waarschijnlijk de eerste arts die de het positieve effect van licht op de gezondheid van de mens inzag. Galenus adviseerde zijn lichtgedepriveerde patiënten af te reizen naar het zuiden om daar de zon op te zoeken.

Grote systematische studies en meta-analyses tonen inmiddels onomstotelijk het effect van lichttherapie aan.

De Multidisciplinaire Richtlijnen voor de Behandeling van Depressies 2005 adviseert lichttherapie bij winterdepressie dan ook als eerste keus. Lichttherapie is effectief bij winterdepressie en de mildere variant hiervan de ‘winterdip’, maar ook bij bepaalde slaapproblemen, jetlag vermoeidheidsklachten, Alzheimer, depressie bij zwangerschap en de gevolgen van onregelmatige arbeid; het zogenaamde ploegendienstsyndroom.

 

Door het succes en relatieve eenvoud van de behandeling nam het aantal behandelcentra in Nederland aanzienlijk toe naar zo’n 80 instellingen. Ondanks de hoge effectiviteit en de relatieve eenvoud van de behandeling,  stuit de toepasbaarheid op veel problemen. Niet iedereen is praktisch in staat om zich dagelijks in de vroege ochtend te melden bij een GGZ-instelling voor een ‘lichtbad’.

Het klassieke assortiment voor thuisgebruik kenmerkt zich door grote forse afmetingen en is niet geschikt voor mobiel gebruik.

Ook de efficiënte lichtopbrengst is laag, waardoor men dagelijks een uur achter de lamp moet zitten om een gunstig resultaat te behalen. Veelal bedraagt de behandeltijd bij deze lampen op 40 centimeter afstand 60 minuten en op 60 centimeter 120 minuten. Deze lampen maken namelijk gebruik van fluorescente lichttechniek (TL-licht), wat niet een optimaal lichtspectrum geeft.